
De geschiedenis van Oosterhoogebrug is nauw verbonden met de rivier de Hunze. Rond de dertiende eeuw werd een grote bocht in de rivier afgesneden om het vervoer van landbouwproducten sneller en efficiënter te maken. Hierdoor ontstond een belangrijk knooppunt van land- en waterwegen. Op de Beckeringkaart uit 1781 is het gebied te zien waar Oosterhoogebrug en Ulgersmaborg liggen. De afsnijding op de Hunze wordt op deze kaart ’t Oude Canaal genoemd.
Vanuit dit gebied liepen handelsroutes naar Westfalen, Emden, Groningen en Delfzijl. Langs de Hoogeweg over de dijk van de rechtgraving van de Hunze en het Damsterdiep groeide een klein gehucht: Oosterhoogebrug. Het hart van het dorp was de herberg bij de brug, waar schippers en handelaren elkaar ontmoetten. In dit gebouw was zelfs het eerste gemeentehuis van Noorddijk gevestigd. Er zal daar ongetwijfeld veel gehandeld zijn. De huidige uitbater Jan Westerhof: “Die handel ging natuurlijk een stuk vlotter als er zo nu en dan een borreltje werd geschonken.”
De naam Oosterhoogebrug verwijst naar een hoogholtje: een verhoogde houten brug waar schepen onderdoor konden varen.

De naam Hogherbrugge verschijnt voor het eerst in een oorkonde uit 1427.
Het is niet helemaal zeker of deze brug over de Hunze of over het Damsterdiep lag. Historicus Jan van den Broek concludeerde dat de naam oorspronkelijk vrijwel zeker verwees naar de brug in de Stadsweg over de Hunze. Deze hoge brug maakte het mogelijk dat zwaar beladen turfschepen vanuit de veengebieden ten zuidoosten van Groningen ongehinderd konden passeren.