
De naam Ulger komt al voor in historische documenten uit 1323 en 1370. Oorspronkelijk was Ulger een voornaam, maar later werd het ook een familienaam. Leden van de familie speelden een belangrijke rol in de regio. Zo staat de naam Duirt Ulger nog altijd gegraveerd in

de grootste klok van de Martinitoren, en herinnert een gedenksteen in de kerk van Noorddijk aan Anna Maria Ulgers, die daar in 1648 de eerste steen van de kerktoren legde. De naam Ulgersma ontstond later en betekent afstammeling van Ulger.
Vanaf de middeleeuwen tot ongeveer 1670 woonde de familie Ulger op de Ulgersmaborg, gelegen aan het noordelijke einde van de Hoogeweg (de huidige Pop Dijkemaweg).

De laatste bewoner was Ulger Ulgersma. In 1682 werd de borg verkocht aan de stad Groningen. Het gebouw stond op de plek waar later de boerderij Zorgwijk werd gebouwd en werd aan het einde van de achttiende eeuw afgebroken.
De familie Ulger behoorde eeuwenlang tot de bestuurlijke elite van Groningen, Deventer en Zwolle. Zelfs de Overijsselse tak bleef zich trots ‘Ulger te Noorddijk’ noemen, als eerbetoon aan haar oorsprong. De familie stierf in de achttiende eeuw uit.